Doel van het Leven…?!

Hieronder een nogal droog en lang stuk tekst dat ik geschreven heb n.a.v. mijn (geringe!) ervaring met de filosofie van het antieke India… Misschien heeft de lezer er iets aan, kan het iets in hem of haar triggeren, leidt het een tot het ander…

Het DOEL

  1. Doel van de mens is: ontplooiing van mogelijkheden van ‘Zijn-en-Leven’.

2. ‘Zijn-en-Leven’ zijn onder te verdelen in de volgende samenstellende factoren:
a) zuiver bewustzijn (weten),
b) ego (willen),
c) intellect (kennen),
d) geest (liefhebben) en
e) lichaam + zintuigen (kunnen).

3. ‘Zuiver bewustzijn’ is intuïtief weten door vereniging van de drie bewustzijnsfactoren:
a) Rishi (kenner),
b) Chandas (Object van kennis) en
c) Devata (proces van kennis opdoen).

3.a. Aanvullende uitleg: Deze drie termen, Rishi, Devata en Chandas, vinden we herhaaldelijk vermeld in de oude Vedische Cultuur uit het antieke India. De Veda’s zijn geschriften die volgens deze traditie niet zozeer zijn bedacht en opgeschreven, maar ontdekt, d.w.z. gehoord, tijdens diepe meditatieve sessies. Een veelheid aan strofen, ‘draden’, gehoord in een taal, het Sanskriet, die in eerste instantie velen toentertijd geheel of gedeeltelijk onbekend voorkwam, aangezien pas honderden jaren later de betekenis van deze taal, ‘de Taal van de Goden’ werd ontrafeld. Voorafgaand aan elk hoofdstuk van deze in meditatie gehoorde teksten, deze Veda (‘weten’), vinden we het drietal Rishi, Devata en Chandas genoemd en opgesomd: na Rishi wordt de naam van de ziener, de helderziende, genoteerd die de betreffende stanza’s voor het eerst in zichzelf ontdekte. Devata beschrijft vervolgens de in de stanza’s beschreven energieën, entiteiten of psychische ‘kleuren’ waar men zich door het ‘tot zich nemen’ van de stanza’s mee verbindt. En Chandas beschrijft concreet gezegd het ritme waarin de stanza’s moeten worden gezongen om het subtiele geestelijke contact met de door de term Devata gedefinieerde energieën concreet ‘neer te zetten’ en deze een ervaarbare plaats te geven in de materiële wereld van zintuig-objecten. Waar in veel gevallen de waarnemende persoon en zijn waarneming wordt ‘gekleurd’ door een aangeboren of aangeleerde dominantie van een of twee van deze drie onderscheidende dosha’s (‘onzuivere delen van een geheel’), leidend tot een intellectuele, subjectieve visie die niet objectief honderd procent correct is, daar geeft de ervaring van de onderliggende, transcendente éénheid van deze drie, waar wij niet meer verleid worden te denken in onderdelen en tegendelen, een loepzuiver, intuïtief inzicht.

3.1. Oefening: Ga zelf eens enkele minuten in (een soort van) meditatie. Sluit de ogen en sta je bewustzijn toe om tot rust te komen. Geniet van dat gevoel van rust! Neem in die rustige toestand dit drietal, Rishi, Devata en Chandas in gedachten. Ziener, Zienswijze en Ziensobject; Liefhebber, Liefdestroom en Liefdesobject; Handelaar, Handelswijze en Handeling; Kenner, Kenproces, Ken-object. Een ‘heilige’ drie-eenheid die we overal terugvinden omdat ons bewustzijn in die drie delen is onder te verdelen.

3.2 Oefening: En stel je eens voor hoe het zou zijn om al deze uit drie-heden bestaande gebeurtenissen te ervaren alsof je deze vanuit een luie stoel op een beeldscherm zou kunnen bekijken, vanaf een afstand, onthecht, gevestigd in een rust die lijnrecht staat tegenover de voortdurende actie op dat beeldscherm, een rust die het jou juist mogelijk maakt om zelfs de kleinste details van inhoud en betekenis aan de situaties te ontdekken.

4. Ego’ is een maat van verenigd zijn; de grootte van het besef van Ik-heid.

4.a. Aanvullende uitleg: Ego is hier bedoeld als het ‘idee van afgescheidenheid’, het zelfbesef als van een van andere individuen verschillend en afgescheiden individu. Een ervaring van ‘met zichzelf verenigd zijn’, waarin het subjectieve besef van dit ‘zichzelf’ mogelijkerwijs heel klein en beperkt is (‘ik ben mijn lichaam’, ‘ik ben mijn passie’, ‘ik ben mijn genitaliën’, ‘ik ben béter en slimmer dan alle anderen’) of juist een tendens heeft tot’ zelfvergroting’, zelfverruiming (‘ik ben één met mijn geliefde’, ‘ik ben verenigd met mijn voorouders’, ‘ik ben een met al wat leeft’.)

4.1. Oefening: Ga eens eerlijk bij jezelf na hoe het staat met jouw besef van Ik-heid, met jouw kwaliteit en mate van verenigd zijn. Wie ben jij? Wat is je meest fundamentele IkBen-kwaliteit? Wat was vroeger de kleur van je ego en waarmee, met welke kwaliteiten, personen en entiteiten, zou je verenigd willen zijn in de nabije toekomst?

5. ‘Intellect’ is dualistisch onderscheid tussen polariteiten in de vereniging.

5.a. Aanvullende uitleg: Elk door ons waargenomen object is onderdeel van een wereld van dualiteiten, warm/koud, hoog/laag, succesvol/mislukt, intelligent/dom etc. etc. en heeft die dualiteit ook zelf in zich. Elk object is zelf dus een complexe vereniging van aan elkaar tegenovergestelde tegendelen in een wereld van aan elkaar tegenovergestelde objecten. Via ons onderscheidingsvermogen, anders gezegd ons intellectueel vermogen, nemen wij deze in alles aanwezige tegengestelde polen waar doordat wij er begrip van krijgen.

6. ‘Geest’ bevat de ervaring van en de behoefte tot vereniging, alsmede de ervaring van de polariteiten / dualiteiten die deel uit maken van de vereniging.

6.a. Aanvullende uitleg: De meest fundamentele eigenschap van onze menselijke geest is de behoefte tot vereniging (liefde) met daaruit voortvloeiend de polaire ervaringen van verenigd zijn (tevredenheid) en gescheiden zijn (angst/haat).

7. ‘Lichaam en zintuigen’ zijn de materiëel-stoffelijk waarneembare uitingen, gevolgen, reflecties van de andere vier factoren.

7.a. Aanvullende uitleg: In tegenstelling met het op de 19e eeuwse materialistische visie gestoelde wereldbeeld is in onze mening de hoedanigheid van het menselijk lichaam een gevolg van de psychische inhoud van de menselijke geest en niet andersom.

8. ‘Ontplooiing’ is het proces van groei van mogelijkheden vanuit de latente toestand, via gedeeltelijk en af-en-toe bruikbaar, tot volledig beschikbaar.

9. ‘Leven’ is activiteit in de levensgebieden.

10. ‘Zijn’ is altijd voortdurende, immer wakkere bewustheid van het innerlijke Getuige-zijn van activiteit in de levensgebieden: het eigen Zelf.

11. ‘Levensgebieden’ zijn: waken (waakbewustzijn); dromen (droombewustzijn); slapen (slaapbewustzijn) en ervaren (getuigebewustzijn).

12. ‘Waken’ is reflectie van objectieve, lichamelijke wereld in het ervaren.

13. ‘Dromen’ is reflectie van subjectieve wereldfactoren in het ervaren.

14. ‘Slapen’ is reflectie van wereld-in-rust in het ervaren.

15. ‘Getuigebewustzijn’ is het onthecht ervaren van het ‘projectiescherm’, het reflecterend vermogen van bewustzijn, dat samen gaat met waken, dromen en slapen en onafhankelijk van die drie wordt ervaren als een ‘veld-van-alle-mogelijkheden’, de subjectieve zijnstoestand van de kenner, wakkere stilte.

15.1. Oefening: Vragen om te overdenken: ‘Wat wordt gereflecteerd? Via welk medium wordt dat gereflecteerd? Waarin wordt dat gereflecteerd? Maak gebruik van de drie-heid Rishi-Devata-Chandas en van de analogie van de reflectie van de zon in water.

16. Het ‘Doel van leven’ is, objectief-materiëel gezien, ondefinieerbaar wegens de oneindigheid van het scala aan materiële mogelijkheden en wegens de cyclische opeenvolging, seizoensgebonden afwisseling, opgang en onvermijdelijke neergang, van materiële condities en verworvenheden.

17. Het ‘Doel van leven’ is, subjectief-psychisch gezien, een voortdurend genieten van oneindige gelukzaligheid.

18. De zintuiglijke, dualistische ervaring van een leven in onvolledige ontplooiing is een voortdurende afwisseling van plezier en pijn.

19. Ervaring van plezier en van pijn veroorzaken gehechtheid, verslaving en lijden in de ervarende geest.

20. De zintuiglijke, dualistische ervaring van leven in volledige ontplooiing bestaat uit steeds wisselende ervaringskleuren die een oppervlakte-uiting zijn van en samen gaan met de ervaring van voortdurendheid van inwendig, ongehecht tevredenheids-bewust-Zijn.

21. Ervaring van plezier en pijn in die ongehechte geest zijn vol van argeloosheid, creativiteit en geluk.

22. Doel van Zijn is, objectiefmaterieel gezien, het voortdurend ondersteunen, scheppen en genieten van het Grote Spel van Ontplooiing.

23. Doel van Zijn is, subjectief-psychisch gezien, ontplooien, stabiliseren en vereeuwigen van de ervaring van Zijn.

24. Ervaring van Zijn is niet omschrijfbaar en niet-bespreekbaar: vol-ledige dynamische stilte.

25. Ervaring van Zijn veroorzaakt stimulatie van de levensfactoren: ontplooiing van intuïtie; verruiming van ego; verfijning van intellect; zuivering van lichaam en zintuigen; verlevendiging van omgeving en een zich ontvouwende herinnering aan oneindige gelukzaligheid en vrijheid.

26. Ervaring van Zijn-en-Leven-Tesamen betekent ondersteuning door alle natuurwetten; moeiteloos succes in de vervulling van alle wensen en verlangens en onverstoorbaar geluk, resulterend in onafhankelijk zijn in, het niet overheerst worden door, ervaringen van pijn en plezier.

27. Doel van Zijn-en-Leven is, materieel-objectief gezien, zelfexpressie, creativiteit, sport en spel.

28. Doel van Zijn-en-Leven is, psychisch-subjectief gezien, bereiken van het voortduren van de ervaring van Brahmanbewustzijn: Volledig ontplooid vermogen van weten en kunnen, opperst geluk.

29. Stadia op weg naar dit doel: a) waakbewustzijn; b) droombewustzijn; c) slaapbewustzijn; d) transcendent bewustzijn; e) kosmisch bewustzijn; f) godsbewustzijn; g) eenheidsbewustzijn.

30. Deze stadia zijn m.n. aspecten van volledig ontplooid bewustzijn en in 2e instantie, maar niet perse, ontwikkelingsstappen in de evolutie van bewustzijn.

31. Waken is bewustzijn van materiele objecten en psychische inhouden via geest en zintuigen.

32. Dromen is bewustzijn van gefantaseerde geestesinhouden.

33. Slapen is bewustzijn van leegheid.

34. Transcendent bewustzijn is verzonkenheid in de zichzelf bewuste Bron van bewustzijnsreflecties: Zijn.

35. Kosmisch bewustzijn is identificatie van ego met het transcendente Zijn waardoor men ervaringen waarneemt als ver verwijderd van zichzelf en men zichzelf ervaart als de onbelemmerde, gelukzalige, onvernietigbare, eeuwige getuige van alle beweging in bewustzijn tijdens waken, dromen en slapen.

36. Godsbewustzijn is als kosmisch bewustzijn, waar lichaam en zintuigen, door ervaring van innerlijk geluk, in zulk een mate zijn verfijnd dat alles wordt waargenomen en ervaren als zijnde goddelijke mooi en volmaakt.

37. Eenheidsbewustzijn, gevolg van nog diepergaand inzicht, ervaart om het even welk ervaringsobject als zijnde geheel en al een met het oneindige, alomtegenwoordige, in eeuwige vrede zichzelf kennende transcendente Zelf: alles is een; alles is bewustzijn in beweging dat zichzelf kent.

38. Brahmanbewustzijn is leven van alle mogelijkheden, alwetendheid, almacht.

Auteur: dromenvanpapier

Tarotist, Fotograaf, Schrijver en fantast

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s